|
|
De betalling van de boetes = onmiddellijke inning, kan enkel nog in EUR - US dollar - pond sterling en kredietkaarten. De voorwaarde voor betaling met kredietkaarten is nog niet wettelijk vastgelegd.
Aanbrengen van de nieuwe boetetarieven (invoege 01 sep 2000)
Deze wetgeving blijft nog geldig tot 1 januari 2003.
| Geen vervoer zonder vergunning | Art 1 |
| Definities | Art 2 |
| Nationale vergunning kan geweigerd of ingetrokken worden | Art 5 |
| Niet meer laden dan op vergunning vermeld staat | Art 4 |
| Straffen | Art 10 |
| Toezicht en vaststellingen op deze wetgeving | Art 11 |
| Onmiddellijke betaling van een boete | Art 11ter |
| Wijzigingen + van toepassing tot | Art 12-13 |
Art 1 [boete 20.170 BEF 500 EUR]
Niemand mag tegen vergoeding vervoer van zaken over de weg verrichten met een motorvoertuig (of met een door afzonderlijke mechanische kracht voortbewogen voertuig *), tenzij speciaal voor dit voertuig werd afgegeven :
De bovengenoemde vervoervergunningen worden afgegeven door de Minister die het wegvervoer onder zijn bevoegdheid heeft, of door zijn gemachtigde.
* opgeheven door het KB van 07-05-2002 - in werking 1 juni 2002
Art 2
Art 3
Art 3bis
In geval echter van ernstige verstoring van de markt van het wegvervoer kan de Koning, volgens de modaliteiten die hij vaststelt bij een in de Ministerraad overlegd besluit, na de Commissie voor wegvervoer te hebben gehoord, voor een periode van maximum zes maanden, de uitreiking van (...) vergunningen voor nationaal vervoer schorsen.
Art 4
Wanneer een vervoervergunning afgegeven werd voor een voertuig mag, ook al wordt het voertuig gebruikt voor een niet tegen vergoeding vervoer van zaken, het hoogste toegelaten nuttig laadvermogen ditgene niet te boven gaan dat op de vergunning is vermeld.
Art 5
§1 De vergunningen voor nationaal vervoer kunnen geweigerd, dan wel tijdelijk of blijvend worden ingetrokken, als de aanvrager of de houder:
§2 De vergunningen voor internationaal vervoer, te verrichten met in België ingeschreven voertuigen, kunnen geweigerd, dan wel tijdelijk of blijvend worden ingetrokken als de aanvrager of houder:
2° De vergunningen voor internationaal vervoer te verrichten met in het buitenland ingeschreven voertuigen, kunnen bovendien geweigerd, dan wel tijdelijk of blijvend worden ingetrokken als de aanvrager of houder:
- In België of in het buitenland, door een in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissing veroordeeld werd wegens één van de misdrijven omschreven in boek II, titel III, hoofdstukken I tot V, en titel IX, hoofdstukken I en II, van het Strafwetboek, dan wel wegens overtreding van het bepaalde in deze wet of in de besluiten tot uitvoering ervan. Geen rekening wordt gehouden met:voorwaardelijke veroordelingen, in zover zij niet-uitvoering van de beslissing impliceren;veroordelingen waarvoor de betrokkene eerherstel heeft verkregen;
- Niet of niet meer voldoet aan de voorwaarden gesteld inzake vakbekwaamheid.
Art 6
De Koning stelt een in Ministerraad beraadslaagd algemeen reglement vast voor de uitvoering van deze wet. Dit algemeen reglement bepaalt inzonderheid:
1° De voertuigen en het vervoer die eraan onderworpen zijn;
2° De voorschriften en modaliteiten betreffende de draagwijdte, de afgifte, de weigering, de geldigheid, de overdracht, de intrekking, de teruggave van (vervoervergunningen;) de openbaarmaking van hun afgifte, overdracht, intrekking of teruggave;
3° De vakbekwaamheid die van houders van een vergunning van internationaal vervoer wordt geëist; de Koning kan de bevoegdheid tot het bepalen van deze bekwaamheid aan de Minister overdragen;
4° De op de voertuigen aan te brengen bescheiden, herkenningstekens en opschriften;
5° De bevoegdheid, samenstelling en werking van een adviserende commissie voor wegvervoer.
6° De voorwaarden waaronder de vergunningen uitgereikt door de bevoegde autoriteiten of instanties van soevereine Staten en door internationale organisaties, kunnen gelden als vergunning voor nationaal vervoer, of als vergunning voor internationaal vervoer, en zulks onverminderd het bepaalde in de verordening (EEG) nr. 4059/89 van de Raad van de Europese Gemeenschappen, in haar opeenvolgend geldende versies, tot vaststelling van de voorwaarden waaronder niet in een lid-Staat woonachtige vervoersondernemers aldaar tot het binnenlands goederenvervoer over de weg worden toegelaten.
Art 7
Het in artikel 6 genoemde algemeen reglement kan eveneens vaststellen:
1° (opgeheven) <W 21-06-1985>
2° De voorwaarden waaronder het personeel dat deze voertuigen bestuurt, mag worden gebezigd;
3° De verzekeringsvoorwaarden waaraan tegen vergoeding te vervoeren zaken onderworpen zijn, alsmede de nodige vrijstellingen;
4° De voorschriften inzake bescheiden voor het vervoer van zaken tegen vergoeding;
5° De door de vervoerders te verstrekken statistische gegevens;
6° De voorschriften inzake de naleving door de vervoerders, van de internationale overeenkomsten betreffende verkeer en internationaal vervoer, zowel met betrekking tot het vervoer als tot het materieel;
7° Het tarief der ten bate van de Staat of van de erkende instellingen te heffen retributiën, tot gehele of gedeeltelijke dekking van de bestuurs-, controle- of toezichtskosten welke aan de toepassing van deze wet of van de ter uitvoering ervan vastgestelde reglementen verbonden zijn. De Koning kan de hem in 4°, 5° en 7° verleende bevoegdheid aan de Minister overdragen.
Art 8
De Koning kan, wanneer de omstandigheden zulks vereisen, voorschriften inzake prijzen en voorwaarden van het vervoer van zaken tegen vergoeding bepalen.(...) <Tweede lid opgeheven bij KBN239 31-12-1983, art. 2>
Art 9
Art 10
§ 1. Overtreding van deze wet en van de besluiten tot uitvoering ervan wordt gestraft met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van vijftig frank tot tienduizend frank, of met één van die straffen alleen, onverminderd de eventuele schadevergoeding. De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, waaronder ook hoofdstuk VII en artikel 85, zijn op die misdrijven toepasselijk. Onverminderd de bepalingen van artikel 56 van het Strafwetboek mag de straf, in geval van herhaling binnen twee jaar na de veroordeling, echter niet lager zijn dan het dubbele van de straf die vroeger wegens hetzelfde misdrijf is uitgesproken. De (politierechtbanken) nemen kennis van de in dit artikel bedoelde misdrijven.
§ 2. Echter, bij veroordeling wegens vervoer van zaken tegen vergoeding, verricht met een voertuig waarvoor geen vervoervergunning overeenkomstig de bepalingen van deze wet en de besluiten tot uitvoering ervan werd afgegeven:
§ 3. In afwijking van artikel 43, eerste lid, van het Strafwetboek kan de verbeurdverklaring van het voertuig slechts in het onder 2 van § 2 van het tegenwoordige artikel bedoelde geval worden uitgesproken wegens overtreding van deze wet.
Art 11
§ 1. De Koning wijst de ambtenaren en beambten van de overheid aan die, benevens de officieren van gerechtelijke politie, belast zijn met het toezicht op de uitvoering van deze wet en van de krachtens deze wet genomen besluiten. De bevoegde ambtenaren stellen de overtreding vast door middel van processen-verbaal die kracht van bewijs hebben behoudens tegenbewijs. Een copie van deze processen-verbaal wordt aan de overtreders gericht binnen (vijftien) dagen na de vaststelling van de overtredingen.
§ 2. De bevoegde ambtenaren hebben toegang tot elk voertuig onderworpen aan de bepalingen van deze wet en van haar uitvoeringsbesluiten, behalve tot de voertuigen uitsluitend gebouwd voor personenvervoer. Zij hebben eveneens toegang tot alle lokalen en terreinen bestemd voor de beroepswerkzaamheden van de vervoerders alsook van hun opdrachtgevers
§ 3. De vervoerders van zaken met voertuigen waarvoor geen (...) vervoervergunning uitgereikt werd, en die er niet van vrijgesteld zijn overeenkomstig deze wet en haar uitvoeringsbesluiten, zijn er op vordering van de bevoegde ambtenaren toe gehouden het bewijs te leveren dat de vervoerde zaken hun eigendom of het voorwerp van hun handel, nijverheid of bedrijf zijn. <W 1991-05-21/49, art. 7, 002; ED : 01-12-1992>
§ 4. In geval van behoorlijk vastgestelde overtreding mogen de bevoegde ambtenaren, op kosten en risico van de eigenaar, overgaan tot beslagname op het voertuig waarmee de overtreding werd begaan.
§ 5. De bevoegde ambtenaren kunnen de bestuurders verplichten het gewicht af te laden waarvan vastgesteld werd dat het het maximum toegelaten nuttig laadvermogen overschrijdt. De overtreder blijft aansprakelijk voor de afgeladen zaken. In geval van twijfel omtrent het gewicht van de lading kunnen de bevoegde ambtenaren iedere nuttige verificatie verrichten en de vervoerder is ertoe gehouden eraan mede te werken; deze verificatie mag echter niet meer dan twee uren vertraging veroorzaken. In geval van behoorlijk vastgesteld overtollig gewicht vallen de kosten van de verificatieverrichtingen ten laste van de overtreder. In geval van weigering van de vervoerder de verificatie te laten verrichten, eraan mede te werken of het vastgestelde overtollige gewicht af te laden, wordt het voertuig opgelegd op kosten en risico van de overtreder.
§ 6. De Leden van Rijkswacht en politie dienen de bevoegde ambtenaren bij te staan.
§ 7. Op verzoek van een bevoegde ambtenaar:
Art 11bis
In geval van overtreding van de voorschriften inzake prijzen en voorwaarden van het vervoer van zaken met motorvoertuigen tegen vergoeding wordt als de dader van het misdrijf gestraft, de vervoerder, de opdrachtgever, de tussenpersoon of de bemiddelaar bij het vervoer en iedere ander persoon die ofwel de overtreding heeft geduld, vergemakkelijkt of eraan deelgenomen heeft.
Art 11ter
§ 1. Bij het vaststellen van een der speciaal door de Koning aangewezen overtredingen van de reglementen, uitgevaardigd op grond van deze wet kan, indien het feit geen schade aan derden heeft veroorzaakt en met instemming van de overtreder, een som gegeven worden, hetzij onmiddellijk hetzij binnen een door de Koning bepaalde termijn. Het bedrag van deze som, dat niet hoger mag zijn dan het maximum van de geldboete die op die overtreding staat, vermeerderd met de opdeciemen alsook de nadere regels inzake heffing, worden door de Koning bepaald. De ambtenaren en beambten die tot een door de Koning bepaalde categorie behoren en door de procureur-generaal bij het Hof van Beroep daartoe individueel zijn gemachtigd, zijn belast met de toepassing van dit artikel en van de ter uitvoering ervan genomen maatregelen.
§ 2. Door betaling vervalt de strafvordering, tenzij het openbaar ministerie binnen een maand, te rekenen vanaf de dag van de betaling de betrokkene kennis geeft van zijn voornemen die vordering in te stellen. De kennisgeving geschiedt bij een ter post aangetekende brief; zij wordt geacht te zijn gedaan de eerste werkdag na de dag van afgifte ter post.
§ 3. Indien de overtreder geen woonplaats of vaste verblijfplaats in België heeft en de voorgestelde som niet onmiddellijk betaalt, moet hij aan de in paragraaf 1 bedoelde ambtenaren of beambten een som in consignatie geven bestemd om de eventuele geldboete en gerechtskosten te dekken. Het bedrag van de som die in consignatie moet wordt gegeven en de nadere regels inzake heffing, worden door de Koning bepaald. Het door de overtreder bestuurde voertuig wordt op zijn kosten en risico ingehouden tot deze som betaald is en het bewijs geleverd wordt dat de eventuele bewaringskosten van het voertuig betaalde zijn of, indien dit niet gebeurt, gedurende zesennegentig uren te rekenen vanaf de vaststelling van de overtreding. Bij het verstrijken van deze termijn mag de inbeslagneming van het voertuig bevolen worden door het openbaar ministerie. Een bericht van inbeslagneming wordt binnen de twee werkdagen aan de eigenaar van het voertuig gezonden. Het risico en de kosten voor het voertuig blijven tijdens de duur van het beslag ten laste van de overtreder. Het beslag wordt opgegeven nadat het bewijs geleverd werd dat de som die in consignatie moet worden gegeven en de eventuele bewaringskosten van het voertuig betaald werden.
§ 4. Leidt de strafvordering tot veroordeling van de betrokkene:
§ 5. In geval van vrijspraak wordt de geheven of in consignatie gegeven som of het in beslag genomen voertuig teruggegeven; de eventuele bewaringskosten van het voertuig vallen ten laste van de Staat. In geval van voorwaardelijk veroordeling wordt de gegeven of in consignatie gegeven som teruggegeven nadat de gerechtskosten betaald zijn en het bewijs geleverd wordt dat de eventuele bewaringskosten van het voertuig betaald zijn.
§ 6. In geval van toepassing van artikel 166 van het Wetboek van Strafvordering wordt de gegeven som toegerekend op de door het openbaar ministerie vastgestelde som en wordt het eventuele overschot terugbetaald.
§ 7. De in consignatie gegeven som of het in beslag genomen voertuig worden teruggegeven wanneer het openbaar ministerie beslist geen vervolging in te stellen of wanneer de strafvordering vervallen of verjaard is.
§ 8. De bepalingen van dit artikel gelden niet wanneer de overtreding wordt begaan door een militair die zicht verplaatst voor de behoeften van de dienst, of door een van de personen bedoeld in de artikelen 479 en 483 van het Wetboek van Strafvordering.
Art 12
Opgeheven worden:
Art 13
Deze wet treedt 1 januari 1961 in werking. De Koning kan haar op een vroegere datum in werking stellen.
o.a.
- Gewijzigd bij WET van 21-05-1991
- Gewijzigd bij WET van 03-05-1999
Van kracht tot (onbepaald)
- Gewijzigd door KB van 07-05-2002
|
|||||
|
|
|