|
Verkeerstekens en hun plaatsingsvoorwaarden.
|
| Art. 13. Onderborden. |
13.1. Blauwe borden (bijlage 2 tot dit besluit). De borden zijn rechthoekig, hebben geen boord en er komt een opschrift of een symbool in het wit op voor.
13.1.1. De breedte van de volgende borden is ongeveer dezelfde als de breedte of de diameter van het verkeersbord waaronder ze worden aangebracht; zij zijn ten minste 0,20 m hoog.
1° Type I : aanduiding van een afstand.
|
| 2° Type II : aanduiding van de lengte van een gedeelte van de openbare weg.
Type II |
3° Type III : aanduiding van de aard van het gevaar of van de omstandigheden waarin het verkeersbord van toepassing is.
|
13.1.2. De borden van het model VII (aanvulling van de verkeersborden betreffende het parkeren) zijn ten hoogste 0,70 m breed en ten minste 0,20 m hoog.
1° Type I : aanduiding van een afstand.
|
13.1.3. De breedte van het vierkant bord van het model VIII is ongeveer dezelfde als de breedte of de diameter van het verkeersbord waaronder het wordt aangebracht.
|
Type VIII
![]() |
13.1.4. Het bord van het model IX (aanduiding van een versmalling die de omvang van een rijstrook heeft) is ten minste 0,40 m breed en ten minste 0,60 m hoog.
|
Type IX
|
13.2. Witte borden (bijlage 3 tot dit besluit).
De borden zijn rechthoekig, hebben geen boord en er komt een opschrift of een symbool in het zwart op voor.
Deze borden zijn ongeveer 0,10 m breed en ten minste 0,30 m hoog.
|
Type Xa
|
Type Xb
|
Type Xc
|
Type Xd
|
|
|
|
|
|
|
|||||
|
|
|