|
Koninklijk besluit van 10 oktober 1974 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de bromfietsen, de motorfietsen en hun aanhangwagens moeten voldoen.
|
Toezicht - Straffen en sancties - Intrekking - Treden in werking .
ART 36. Toezicht.
Zijn bevoegd om de overtredingen van dit algemeen reglement op te sporen, de personen bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.
Bij de uitvoering van hun opdrachten beschikken deze personen over de bevoegdheden die hun worden toegekend bij de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan alk voertuig te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen.
ART 36 bis. Straffen en sancties.
Elke overtredingen van dit algemeen reglement wordt bestraft met de straffen voorgeschreven bij de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen.
ART 37. Intrekking.
Het koninklijk besluit van 13 augustus 1971 betreffende de snelheid van de rijwielen met hulpmotor en het geluid van de rijwielen met hulpmotor, de motorrijwielen, de motordriewielers en motorvierwielers is ingetrokken.
ART 38. Treden in werking
De artikelen 11 tot 15, 29, 30, 33, 34 en 38 van dit besluit treden in werking op 1 mei 1976.
De bepalingen van de artikelen 1 tot 10,16 tot 28, 31, 32, 35 tot 37 en 39 van dit besluit treden echter onmiddellijk (t.t.z. op 15-11-1974) in werking.
ART 39.
Onze Minister van Verkeerswezen wordt belast met de uitvoering van dit besluit.