|
|
![]() |
|||
|
ART 15. Breedte van de voertuigen. 
De maximum breedte is vastgesteld op:
a) 0,75 voor de bromfietsen op twee wielen evenals voor aanhangwagens getrokken door dergelijke bromfietsen;
b) 1,50 m voor een bromfiets [op meer dan twee wielen] evenals voor een bromfiets op twee wielen met zijspanwagen en voor een aanhangwagen getrokken door dergelijke bromfiets zonder dat de breedte van de aanhangwagen groter is dan die van de bromfiets;
c) 1 m voor een motorfiets op twee wielen zonder zijspanwagen evenals voor een aanhangwagen getrokken door een dergelijke motorfiets;
d) 2,00 m voor een motorfiets op twee wielen met zijspanwagen alsook voor een motorfiets op drie wielen met of zonder zijspanwagen.
Bovendien mag de breedte van een aanhangwagen getrokken door een motorfiets op drie wielen of door een motorfiets op twee wielen met zijspanwagen niet groter zijn dan die van het trekkend voertuig.
De grootste breedte wordt gemeten zonder rekening te houden met de richtingaanwijzers en de achteruitkijkspiegels.