23 MAART 1998. - Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs
HOOFDSTUK II. - De scholing Afdeling II. - Voorlopig rijbewijs
- Laatste wijziging:
- Art 6, 2° f, 3°streepje; gewijzigd KB. 23-12-2008 BS 30-12-2008 invoege 30 sept 2008
- Art 6, 1°h gewijzigd KB. 28-11-2008 BS 09-12-2008 invoege 10 sept 2008
-
-
Art. 6. De scholing op basis van een voorlopig rijbewijs is aan de volgende voorwaarden onderworpen :
1° De kandidaat :
- moet beantwoorden aan de in artikel 3, §1 bedoelde voorwaarden om een rijbewijs te verkrijgen;
- moet op de datum van de afgifte van het voorlopige rijbewijs, sinds minder dan drie jaar geslaagd zijn voor het theoretische examen bedoeld in artikel 23, §1, 4° van de wet of ervan vrijgesteld zijn krachtens artikel 28;
- moet houder zijn van een Belgisch of Europees rijbewijs geldig
- voor de categorie B wanneer het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie C of D of voor de subcategorie C1 of D1;
- voor het besturen van het overeenstemmende trekkende voertuig wanneer het gaat om een kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie B+E, C+E of D+E of voor de subcategorie C1+E of D1+E;
|
- mag niet vervallen zijn van het recht om een motorvoertuig te besturen van de categorie waarvoor het voorlopige rijbewijs is aangevraagd en moet geslaagd zijn voor de onderzoeken die eventueel krachtens artikel 38 van de wet worden opgelegd;
- moet voldoen aan de bepalingen van artikel 41 of van artikel 42;
- mag geen houder geweest zijn van een voorlopig rijbewijs geldig voor dezelfde categorie of subcategorie van voertuigen.
Dit verbod is evenwel niet van toepassing :
- op de kandidaat die houder geweest is van een voorlopig rijbewijs van dezelfde categorie of subcategorie van voertuigen waarvan de geldigheid sinds meer dan drie jaar verstreken is. In dit geval, worden de mislukkingen voor de praktische examens die voor de afgifte van het nieuwe voorlopige rijbewijs werden afgelegd, niet meegerekend voor de toepassing van artikel 15, 1° en van artikel 38, § 14.
- op de houder van een rijbewijs met de vermelding "automatisch", die een voorlopig rijbewijs model 3 wil behalen voor het aanleren van het besturen van voertuigen van dezelfde categorie of subcategorie, uitgerust met een handschakeling;
- op de houder van een rijbewijs of van een voorlopig rijbewijs A dat de vermelding "« A <= 25kW en < 16kW/kg »" draagt, voor het behalen van een voorlopig rijbewijs voor het aanleren van het besturen van motorfietsen met een vermogen van meer dan 25 kW of met een vermogen / gewichtsverhouding van meer dan 0,16 kW/kg;
|
- moet, in een rijschool, het praktische onderricht bedoeld in artikel 15, 3°, a gevolgd hebben als het gaat om een kandidaat voor een voorlopig rijbewijs voor het besturen van motorfietsen tenzij hij houder van een rijbewijs met de vermelding « A ≤ 25kW en ≤ 0,16kW/kg »
- «moet de leeftijd bereikt hebben van 16 jaar voor de categorie A3 en van 18 jaar voor de categorieën A, B+E, C, C+E, D, D+E en voor de subcategorieën C1, C1+E, D1 en D1+E;»
« »; gewijzigd KB 28 nov 2008 invoege 10 sept 2008
- moet houder zijn van, en tevens bij zich hebben, een nog geldig voorlopig rijbewijs;
- moet vergezeld zijn van een begeleider die beantwoordt aan de in 3° voorgeschreven voorwaarden en die vermeld is op het voorlopige rijbewijs. Deze beperking is niet van toepassing op de houder van een voorlopig rijbewijs model 3 geldig voor de categorie A3 of A ;
2° Het voertuig :
- moet behoren tot de categorie of subcategorie van voertuigen waarvoor het voorlopige rijbewijs geldig verklaard is;
- mag geen andere personen vervoeren dan deze bedoeld in artikel 9. Voor de categorieën A3 en A is elk vervoer van personen verboden;
- [mag in commercieel verband geen goederen vervoeren, behalve als de bestuurder houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor de categorieën C of C + E of de subcategorieën C1 of C1 + E;]
- moet op de achterzijde en op een duidelijk zichtbare plaats uitgerust zijn met het teken " L ", waarvan het model is bepaald door de Minister;
- mag geen aanhangwagen trekken als het voorlopige rijbewijs geldig verklaard is voor de categorie A, B, C of D of voor de subcategorie C1 of D1;
- moet, tenzij de bestuurder houder is van een voorlopig rijbewijs zonder begeleider zoals bedoeld in artikel 4 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, voorzien zijn van :
- als het gaat om een voertuig van de categorie B dat niet uitgerust is met een gesloten koetswerk, achteruitkijkspiegels binnen in het voertuig zodanig geplaatst dat de bestuurder en de begeleider ieder een voldoende uitzicht hebben op het verkeer van achter en van links;
- als het gaat om een voertuig van de categorie B uitgerust met een gesloten koetswerk of een voertuig van de categorie B+E, C, C+E, D, D+E of van de subcategorie C1, C1+E, D1 of D1+E, van rechtse buitenspiegels zodanig geplaatst dat de bestuurder en de begeleider een voldoende uitzicht hebben op het verkeer van achter en van rechts;
als het gaat om een voertuig van de categorie B of B+E, een parkeerrem gemakkelijk bereikbaar door de begeleider, tenzij het gaat om een voertuig dat speciaal aangepast is aan de handicap van de bestuurder of wanneer het gaat om een voertuig uitgerust met ten minste een bedrijfsreminrichting met twee remmen, zodanig dat de kandidaat en de begeleider ze ieder afzonderlijk kunnen bedienen terwijl de doelmatigheid voorgeschreven voor deze inrichting volledig behouden blijft; (opgeheven door : K.B. 23.12.2008, art. 5; inwerkingtreding: 30.12.2008)
3° De begeleider :
- moet beantwoorden aan de in artikel 3, § 1, bedoelde voorwaarden om een rijbewijs te verkrijgen;
- moet op de datum van de afgifte van het voorlopige rijbewijs geldig voor de categorie B+E, C of C+E of voor de subcategorie C1 of C1+E de leeftijd van 24 jaar hebben bereikt en op de datum van de afgifte van het voorlopige rijbewijs geldig voor de categorie D of D+E of voor de subcategorie D1 of D1+E de leeftijd van 27 jaar;
- moet sedert ten minste zes jaar houder zijn van, en tevens bij zich hebben, een Belgisch of Europees rijbewijs geldig om het voertuig te besturen aan boord waarvan hij de kandidaat vergezelt. De bestuurder die overeenkomstig artikel 44, § 5 of artikel 45, enkel een speciaal aan zijn handicap aangepast voertuig mag besturen, mag niet als begeleider bij de scholing optreden;
- mag niet vervallen zijn of mag gedurende de laatste drie jaar niet vervallen geweest zijn van het recht om een motorvoertuig te besturen en moet voldaan hebben aan de examens en onderzoeken die eventueel krachtens artikel 38 van de wet werden opgelegd;
- (opgeheven KB 15-07-2004 - invoege vanaf 1aug 2004)
- mag, behalve voor dezelfde kandidaat, niet op een ander voorlopig rijbewijs of leervergunning als begeleider vermeld geweest zijn binnen het jaar vóór de afgifte van het voorlopige rijbewijs.
- Dit verbod is niet van toepassing :
- op zijn eigen kinderen of pleegkinderen of die van zijn echtgenoot;
- op de kandidaat voor het rijbewijs geldig voor de categorie C, C+E, D of D+E of voor de subcategorie C1, C1+E, D1 of D1+E, hetzij wanneer de begeleider en de kandidaat bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid zijn ingeschreven als personeelsleden van dezelfde onderneming die haar bestuurders zelf opleidt, hetzij wanneer de begeleider en de kandidaat prestaties verrichten in een brandweerdienst bedoeld in de wet van 31 december 1963 betreffende de civiele bescherming;
- moet vooraan in het voertuig plaatsnemen.
Art. 7. «Het voorlopige rijbewijs model 3 stemt overeen met het model van bijlage 2.» gewijzigd invoege 1 sept 2006
Het voorlopige rijbewijs wordt afgegeven :
- 1. aan de personen bedoeld in artikel 3 §1, 1° en 3°, b) en c), door de burgemeester van de gemeente of door diens gemachtigde waar de aanvrager ingeschreven of vermeld is in het bevolkings-, vreemdelingen- of wachtregister;
- 2. aan de personen bedoeld in artikel 3 §1, 2° door de burgemeester van de gemeente of door diens gemachtigde die de bijlage 33 heeft afgegeven;
- 3. aan de personen bedoeld in artikel 3 §1, 3°, a), door de Minister van Buitenlandse Zaken of zijn gemachtigde.
Het voorlopige rijbewijs wordt uitgereikt tegen afgifte van een degelijk ingevulde aanvraag om een voorlopig rijbewijs en op vertoon van het bewijs dat voldaan is aan de voorwaarden voorgeschreven bij artikel 6, 1°, b), c), e), g) en 3°, f), tweede streepje.
Het model van de aanvraag om een voorlopig rijbewijs en van het attest voorgelegd door de kandidaat die artikel 6, 3°, f), tweede streepje inroept, wordt bepaald door de Minister.
- aan de personen bedoeld in artikel 3§1 4°, door de burgemeester of diens gemachtige, van de gemeente waar de Belgische onderwijsinstelling zich bevindt waar de aanvrager is ingeschreven.
Art. 8.
§ 1.
Het voorlopige rijbewijs model 3 is twaalf maanden geldig.
De geldigheid van een voorlopig rijbewijs kan niet verlengd worden behalve in het geval voorgeschreven in § 6, 2.
§ 2.
De overheid bedoeld in artikel 7 maakt het voorlopige rijbewijs geldig voor de categorie A3, A, B, B+E, C, C+E, D of D+E of voor de subcategorie C1, C1+E, D1 of D1+E.
Het voorlopige rijbewijs afgegeven voor het aanleren van het besturen van een voertuig van de categorie A wordt enkel geldig verklaard voor het besturen van motorfietsen met een vermogen van minder of gelijk aan dan 25 kW en een vermogen / gewichtsverhouding van minder of gelijk aan 0,16 kW/kg indien de kandidaat minder dan 21 jaar is of indien de kandidaat de lessen bedoeld in artikel 15, tweede lid, 3°, a) gevolgd heeft met een dergelijk voertuig.
§ 3.
Het voorlopige rijbewijs is slechts geldig voor het aanleren van het besturen van voertuigen van de categorie of subcategorie waarvoor het geldig verklaard is.
De voorwaarden en de beperkingen die voorkomen op de attesten bedoeld in artikel 41, § 4, 44, § 5 en 45 worden aangebracht op het voorlopige rijbewijs in de vorm van de codes bepaald in bijlage 7.
§ 4.
Ieder voorlopig rijbewijs dat is afgegeven hoewel niet was voldaan aan de voorwaarden die in deze afdeling voor de afgifte ervan gesteld worden, is nietig. In dat geval wordt het voorlopige rijbewijs aan de in artikel 7 vermelde overheid teruggegeven.
§ 5.
Het voorlopige rijbewijs verliest zijn geldigheid :
- wanneer niet meer voldaan is aan de in artikel 6 bepaalde afgiftevoorwaarden;
- bij het verstrijken van de geldigheidstermijn van het document;
- wanneer er een ander voorlopig rijbewijs wordt afgegeven, behalve wanneer een van de documenten geldig verklaard is voor de categorie A3 of A;
- als er een rijbewijs wordt afgegeven, geldig voor dezelfde categorie of subcategorie van voertuigen als deze waarvoor het voorlopige rijbewijs geldig verklaard is.
Het voorlopige rijbewijs dat zijn geldigheid verloren heeft, wordt teruggegeven aan de overheid bedoeld in artikel 7.
§ 6.
In afwijking van de bepalingen van § 5, verliest het voorlopige rijbewijs evenwel zijn geldigheid niet :
- als een van de op het voorlopige rijbewijs vermelde begeleiders niet langer één van de in artikel 6, 3° vermelde voorwaarden vervult. In dit geval, moet de kandidaat veranderen van begeleider overeenkomstig de bepalingen van § 7;
- als de houder van het voorlopige rijbewijs vervallen verklaard is van het recht om een motorvoertuig van de categorie of subcategorie te besturen waarvoor het document is geldig verklaard. In dit geval, wordt de geldigheid van het document opgeschort tot het einde van de vervalperiode en, in voorkomend geval, tot het slagen voor de onderzoeken die krachtens artikel 38 van de wet worden opgelegd.
§ 7.
Een tweede begeleider, die voldoet aan de voorwaarden bepaald in het artikel 6, 3° mag door de overheid bedoeld in artikel 7 op het voorlopige rijbewijs vermeld worden hetzij op het ogenblik van de afgifte hetzij tijdens de scholing.
In geval van verandering van begeleider tijdens de scholing wordt een nieuw voorlopig rijbewijs afgegeven door de overheid bedoeld in artikel 7; dit nieuwe document heeft dezelfde uiterste geldigheidsdatum als het oorspronkelijk voorlopige rijbewijs.
Art. 9.
De kandidaat van minder dan 24 jaar mag niet rijden van tweeëntwintig uur tot zes uur 's anderendaags op vrijdag, zaterdag, zondag, de vooravond van de wettelijke feestdagen en de wettelijke feestdagen.
De houder van een voorlopig rijbewijs mag, naast de begeleider, vergezeld zijn van één andere persoon.