04 mei 2007. - Koninklijk besluit betreffende het
rijbewijs,
de vakbekwaamheid en de nascholing
van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E,
D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1,
D1+E.
TITEL
III. EXAMENS
HOOFDSTUK 1. -
Algemene bepalingen.
Art. 21.
§ 1. Voor het verkrijgen van een rijbewijs
voor het besturen van voertuigen van groep 2 dient de
kandidaat te slagen voor een theorie- en een praktijkexamen
georganiseerd door een erkende exameninstelling
overeenkomstig de bepalingen van deze titel.
Voor het verkrijgen
van een getuigschrift van basiskwalificatie voor het
besturen van voertuigen van groep 2 dient de kandidaat
te slagen in een theorie- en een praktijkexamen
georganiseerd door een erkende exameninstelling
overeenkomstig de bepalingen van deze titel.
De hiervoor bedoelde examens met het oog op het
behalen van een rijbewijs kunnen worden gecombineerd met de
examens met het oog op het bewijs van het behalen van een
bewijs van basiskwalificatie.
In de gevallen bedoeld in
artikel 26, § 3
kan een getuigschrift van
basiskwalificatie worden behaald door het afleggen van een
aanvullend examen in de zin van
artikel
43.
§ 2. Elk examencentrum of elke
exameninstelling maakt de gegevens met betrekking tot de
resultaten van de in § 1 vermelde examens op elektronische
wijze over aan de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en
Vervoer volgens de modaliteiten bepaald door de Minister.
De in het eerste lid bedoelde gegevens kunnen het voorwerp
uitmaken van een verwerking met het oog op de
doelstellingen die worden vermeld in artikel 75 van het
koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.
§ 3. De Minister bepaalt de organisatie van
de examens, na advies van een commissie van
deskundigen.
HOOFDSTUK 2. -
Exameninstellingen.
Art.
22. De Minister erkent
de exameninstellingen die de examens organiseren.
De erkenning wordt verleend voor een periode van vijf jaar.
Deze erkenning kan worden vernieuwd voor een periode van
vijf jaar; hiertoe dient telkens een nieuwe aanvraag tot
erkenning te worden ingediend.
Art. 23.
§ 1. Om te worden erkend, dient de
kandidaat-exameninstelling te voldoen aan de volgende
algemene voorwaarden :
1° elke
kandidaat-exameninstelling dient te beschikken over een
gepaste infrastructuur, inzonderheid lokalen en terreinen
buiten het verkeer, alsook het materiaal dat nodig is om de
theoretische en de praktische examens bedoeld in deze titel
af te nemen. Indien de kandidaat-exameninstelling beroep
doet op een examencentrum, moet elk van haar centra aan
deze voorwaarden voldoen;
2° elke
kandidaat-exameninstelling, uitgezonderd de
onderwijsinstellingen, verbindt zich ertoe om binnen de
drie jaar na de erkenning ISO 9000 gecertificeerd te zijn;
3° elke
kandidaat-exameninstelling, met uitzondering van deze die
door of krachtens een wet, decreet of ordonnantie zijn
belast met de organisatie van het gemeenschappelijk stads-
en streekvervoer en van de openbare centra voor
beroepsopleiding, verbindt zich ertoe elk van de in deze
titel vermelde examens minstens één maal per maand voor elk
van de categorieën bepaald in artikel 3, § 1 te
organiseren, alsook telkens er 25 inschrijvingen zijn voor
één van deze examens. Indien de exameninstelling beroep
doet op examencentra, dient zij zich daartoe voor elk
centrum te verbinden;
4° elke
kandidaat-exameninstelling, met uitzondering van deze die
door of krachtens een wet, decreet of ordonnantie zijn
belast met de organisatie van het gemeenschappelijk stads-
en streekvervoer en van de openbare centra voor
beroepsopleiding, verbindt zich ertoe alle examens bedoeld
in deze titel te organiseren;
5° elke
kandidaat-exameninstelling verbindt zich ertoe dat de
examens bedoeld in deze titel, uitgezonderd de
computergestuurde examens, worden afgenomen door erkende
examinatoren;
6° elke
kandidaat-exameninstelling verbindt zich ertoe binnen het
kader van de haar gegeven erkenning de meest recente versie
van de door de International Test Commission, uitgegeven "
Internationale richtlijnen voor het gebruik van de tests "
toe te passen. Elke exameninstelling verbindt zich er
eveneens toe bij het organiseren van de tests op PC de
meest recente versie toe te passen van de specifieke
bepalingen die voor testgebruikers zijn voorzien in de "
International Guidelines on Computer-Based and Internet
Delivered Testing " door de International Test Commission;
7° elke
kandidaat-exameninstelling verbindt zich ertoe jaarlijks
een activiteitenverslag op te stellen en dit uiterlijk
tegen 31 maart van het daaropvolgend jaar over te maken aan
de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer. De
Minister bepaalt de onderwerpen die daarin aan bod moeten
komen;
8° elke
kandidaat-exameninstelling verbindt zich ertoe voor de
examenstof waarvoor de Minister of zijn gemachtigde een
lijst met mogelijke vragen heeft opgesteld, de vragen enkel
te putten uit deze lijst op de wijze door de Minister
bepaald;
9° elke
kandidaat-exameninstelling verbindt zich er toe deel te
nemen aan de vergaderingen die de Minister of zijn
gemachtigde organiseert;
10° elke
kandidaat-exameninstelling verbindt zich ertoe de
instructies van de Minister of zijn gemachtigde in
uitvoering van de bepalingen van dit besluit, uit te
voeren;
11° elke
kandidaat-exameninstelling levert aan de Minister of zijn
gemachtigde al dan niet periodiek en al dan niet nominatief
alle informatie en statistieken met betrekking tot de
uitoefening van haar opdracht. De informatie en
statistieken kunnen vrij gebruikt en gepubliceerd worden
door de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.
§ 2. Opdat de erkenning kan worden vernieuwd
dient te worden voldaan aan de volgende voorwaarden :
1° de exameninstelling levert het bewijs dat ze
blijvend voldoet aan de voorwaarden vermeld in § 1 en § 3;
2° de exameninstelling,
uitgezonderd de onderwijsinstellingen, levert een geldig
bewijs van een ISO-9000 certificatie;
3° de exameninstelling heeft
jaarlijks een activiteitenverslag opgesteld en heeft dit
uiterlijk tegen 31 maart van het daaropvolgend jaar
overgemaakt aan de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en
Vervoer.
§ 3. De door de Minister of zijn gemachtigde
aangewezen personen of organismen, belast met de inspectie
en de controle bedoeld in artikel 53 kunnen de examens
bijwonen en hebben het recht om er controle uit te oefenen
op de ingezette middelen en het goede verloop ervan.
Op eenvoudig verzoek van de controlerende instantie deelt
de exameninstelling hiertoe de plaats, de datum en het uur
van de geplande examens mee.
Art. 24.
§ 1. De erkenningsaanvraag wordt ingediend
bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer
volgens de modaliteiten bepaald door de Minister. Bij de
aanvraag tot erkenning moet minstens de volgende informatie
worden meegedeeld :
1° de kennis met betrekking
tot de examenstof opgenomen in de bijlage 1 bij dit besluit
en in bijlagen 4 en 5 bij het koninklijk besluit
betreffende het rijbewijs met betrekking tot de categorieën
van voertuigen van groep 2;
2° de maatregelen die de
exameninstelling reeds heeft genomen op het moment van de
aanvraag en nog zal nemen om binnen de drie jaar ISO 9000
gecertificeerd te zijn. Deze verplichting geldt niet voor
de onderwijsinstellingen;
3° de informatie waaruit
blijkt dat voldaan is aan elk van de in artikel 23, § 1
vermelde voorwaarden.
§ 2. Bij de aanvraag tot vernieuwing van de
erkenning dient minstens de informatie te worden meegedeeld
waaruit blijkt dat aan elk van de in artikel 23, § 2
vermelde voorwaarden is voldaan.
§ 3. De Minister kan nadere voorwaarden
bepalen waaraan de aanvraag tot erkenning of de aanvraag
tot verlenging van de erkenning dient te voldoen.
§ 4. De Minister verleent een
erkenningsnummer aan elke erkende exameninstelling.
Art. 25.
§ 1. De examinatoren belast met de in deze
titel bepaalde examens worden aangeworven en bezoldigd door
de in dit hoofdstuk bedoelde exameninstellingen. Ze zijn
door de Minister of zijn gemachtigde erkend en voldoen aan
de voorwaarden bepaald in
artikel 26, § 2 en §
3 van het koninklijk besluit betreffende het
rijbewijs.
§
2. De Minister kan, na
de betrokkene en desgevallend de directeur van de
exameninstelling te hebben gehoord, de erkenning van de
examinator opschorten voor een termijn van acht dagen tot
een jaar, of ze intrekken wegens het niet naleven van de
bepalingen van dit besluit.