04 mei 2007. - Koninklijk besluit betreffende het
rijbewijs,
de vakbekwaamheid en de nascholing
van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E,
D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1,
D1+E.
TITEL
V. ALTERNERENDE BEROEPSOPLEIDING
HOOFDSTUK 1. - Centra
voor alternerende beroepsopleiding.
Art. 49.
De Minister erkent de centra
voor alternerende beroepsopleiding.
De erkenning wordt verleend voor een periode van vijf jaar.
Deze erkenning kan worden vernieuwd voor een periode van
vijf jaar; hiertoe dient telkens een nieuwe aanvraag tot
erkenning te worden ingediend.
Art. 50.
§ 1. Om te worden erkend, dient het centrum
voor alternerende beroepsopleiding te voldoen aan volgende
voorwaarden :
1° elk kandidaat-centrum voor alternerende beroepsopleiding
beschikt over een erkenning overeenkomstig de toepasselijke
wetgeving van de gemeenschappen, de gewesten of
overeenkomstig de wet van 19 juli 1983 op het leerlingwezen
uitgeoefend door werknemers in loondienst, met inbegrip van
de beroepsopleidingen binnen het onderwijs;
2° elk kandidaat-centrum voor alternerende beroepsopleiding
verbindt zich ertoe een alternerende beroepsopleiding
wegvervoer aan te bieden met een minimumduur van zes
maanden, waarin onderwerpen uit de bijlage 1 bij dit
besluit onderwezen worden.
Indien het een alternerende beroepsopleiding
goederenvervoer betreft, moet uit het opleidingsprogramma
blijken dat onderwerpen uit de bijlage bij dit besluit die
betrekking hebben op het goederenvervoer onderwezen worden.
Indien het een alternerende beroepsopleiding
personenvervoer betreft, moet uit het opleidingsprogramma
blijken dat onderwerpen uit de bijlage bij dit besluit die
betrekking hebben op het personenvervoer onderwezen worden;
3° elk kandidaat-centrum voor alternerende beroepsopleiding
verbindt zich er toe jaarlijks een activiteitenverslag op
te stellen en dit uiterlijk tegen 31 maart van het
daaropvolgend jaar over te maken aan de Federale
Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer. De Minister bepaalt
de onderwerpen die daarin aan bod moeten komen;
4° elk kandidaat-centrum voor alternerende beroepsopleiding
verbindt zich er toe initieel het programma van de
alternerende beroepsopleiding wegvervoer voor goedkeuring
voor te leggen aan de Federale Overheidsdienst Mobiliteit
en Vervoer;
5° elk kandidaat-centrum voor alternerende beroepsopleiding
verbindt zich er toe op de door de Minister bepaalde wijze
elke wijziging aan het opleidingsprogramma [ ] voor
goedkeuring mee te delen aan de Federale Overheidsdienst
Mobiliteit en Vervoer, die binnen een termijn van zestig
dagen de wijzigingen goed- of afkeurt. ( [ ] opgeheven door KB 18 sep
2008)
§ 2. Opdat de erkenning kan worden
vernieuwd, dient te worden voldaan aan volgende voorwaarden
:
1° het centrum voor alternerende beroepsopleiding levert
het bewijs dat het blijvend voldoet aan de voorwaarden
vermeld in § 1, 4 en 5;
2° het centrum voor alternerende beroepsopleiding levert
het bewijs te beschikken over een erkenning overeenkomstig
de toepasselijke wetgeving van de gemeenschappen, de
gewesten of overeenkomstig de wet van 19 juli 1983 op het
leerlingwezen uitgeoefend door werknemers in loondienst,
met inbegrip van de beroepsopleidingen binnen het
onderwijs;
3° het erkend centrum voor alternerende beroepsopleiding
heeft jaarlijks een activiteitenverslag opgesteld en heeft
dit uiterlijk tegen 31 maart van het daaropvolgend jaar
overgemaakt aan de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en
Vervoer.
§ 3. Bij gebrek aan beslissing met
betrekking tot de goedkeuring van het opleidingsprogramma
binnen zestig dagen na ontvangst ervan, wordt de
goedkeuring ervan geacht te zijn verleend.
§ 4. De door de Minister of zijn gemachtigde
aangewezen personen of organismen, belast met de inspectie
en de controle bedoeld in artikel 53, kunnen de
alternerende beroepsopleiding wegvervoer bijwonen en hebben
het recht om er controle uit te oefenen op de ingezette
middelen en het goede verloop van de opleidingen.
Op eenvoudig verzoek van de controlerende instantie deelt
het centrum voor alternerende beroepsopleiding hiertoe de
plaats, de datum en het uur van de geplande opleiding mee.
Art. 51.
§ 1. De erkenningsaanvraag wordt ingediend
bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer
volgens de modaliteiten bepaald door de Minister. Bij de
aanvraag moet minstens de volgende informatie worden
meegedeeld :
1° het bewijs dat het centrum erkend is overeenkomstig de
toepasselijke wetgeving van de gemeenschappen, de gewesten,
of de wet van 19 juli 1983 op het leerlingwezen uitgeoefend
door werknemers in loondienst of het koninklijk besluit nr.
495 van 31 december 1986 tot invoering van een stelsel van
alternerende tewerkstelling en opleiding voor de jongeren
tussen 18 en 25 jaar en tot tijdelijke vermindering van de
sociale zekerheidsbijdragen van de werkgever verschuldigd
in hoofde van deze jongeren, met inbegrip van de
beroepsopleidingen binnen het onderwijs;
2° het bewijs dat het centrum voor alternerende
beroepsopleiding een alternerende beroepsopleiding
wegvervoer aanbiedt;
3° het bewijs dat de alternerende beroepsopleiding
wegvervoer conform is aan de bepalingen van dit besluit;
4° de informatie waaruit blijkt dat aan elk van de in
artikel 50, § 1 vermelde voorwaarden is voldaan.
"De Minister levert de erkenning af binnen een termijn van
drie maanden te rekenen vanaf de datum waarop de aanvrager
in kennis werd gesteld van de volledigheid van zijn
aanvraag." ( " "
toegevoegd door KB 18 sep 2008)
§ 2. Bij de aanvraag tot vernieuwing van de
erkenning dient minstens de informatie te worden meegedeeld
waaruit blijkt dat aan elk van de in artikel 50, § 2
vermelde voorwaarden is voldaan.
" De aanvraag tot vernieuwing van de erkenning moet worden
ingediend ten laatste zes maanden voor de vervaldatum van
de geldigheid van de erkenning.
De Minister levert de vernieuwing van de erkenning af
binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de
datum waarop de aanvrager in kennis werd gesteld van de
volledigheid van zijn aanvraag. " ( " " toegevoegd door KB 18 sep
2008)
§ 3. De Minister kan nadere voorwaarden
bepalen waaraan de aanvraag tot erkenning of de aanvraag
tot verlenging van de erkenning dient te voldoen.
§ 4. De Minister verleent een
erkenningsnummer aan elk erkend centrum voor alternerende
beroepsopleiding.
"De toekenning van de erkenning alsook van de vernieuwing
van de erkenning worden gepubliceerd in het Belgisch
Staatsblad." ( " "
toegevoegd door KB 18 sep 2008)
HOOFDSTUK 2. -
Alternerende beroepsopleiding wegvervoer.
Art. 52.
§ 1. De alternerende beroepsopleiding
wegvervoer op basis van een voorlopig rijbewijs
vakbekwaamheid is aan de volgende voorwaarden onderworpen :
1° De
kandidaat :
- moet beantwoorden aan de in artikel 3, § 1 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs bedoelde voorwaarden om een rijbewijs te verkrijgen;
- moet beantwoorden aan de in artikel 26, § 4 bepaalde algemene voorwaarden voor de toelating tot het examen basiskwalificatie, tot het gecombineerd examen of tot het aanvullend examen basiskwalificatie;
- mag geen houder geweest zijn van een voorlopig rijbewijs vakbekwaamheid, geldig voor dezelfde categorie of subcategorie van voertuigen;
- moet houder zijn van, en tevens bij zich hebben, een nog geldig voorlopig rijbewijs vakbekwaamheid;
- moet, indien hij niet beschikt over het vereiste rijbewijs, vergezeld zijn van een begeleider die beantwoordt aan de in 3° voorgeschreven voorwaarden en die vermeld is op het voorlopige rijbewijs.
2° Het voertuig :
- moet behoren tot de categorie of subcategorie van voertuigen waarvoor het voorlopig rijbewijs vakbekwaamheid geldig is verklaard;
- moet voorzien zijn van rechtse buitenspiegels zodanig geplaatst dat de bestuurder en de begeleider een voldoende uitzicht hebben op het verkeer van achter en van rechts;
- mag geen andere personen vervoeren dan deze bedoeld in artikel 9 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs;
- mag in commercieel verband geen goederen vervoeren indien het voorlopig rijbewijs geldig is verklaard voor de categorieën D of D+E of de subcategorieën D1 of D1+E indien de kandidaat niet beschikt over het rijbewijs dat geldig is voor de desbetreffende categorie;
- moet op de achterzijde en op een duidelijk zichtbare plaats uitgerust zijn met het teken "L", waarvan het model is bepaald door de Minister, indien de kandidaat niet beschikt over het rijbewijs van de categorie of subcategorie waarvoor het voorlopig rijbewijs vakbekwaamheid geldig is verklaard;
- mag geen aanhangwagen trekken als het voorlopig rijbewijs geldig verklaard is voor de categorie C of D of voor de subcategorie C1 of D1.
3° De begeleider :
- moet beantwoorden aan de in artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs bedoelde voorwaarden om een rijbewijs te verkrijgen;
- moet beschikken over een geldig bewijs van vakbekwaamheid of daarvan zijn vrijgesteld overeenkomstig artikel 73;
- moet op de datum van de afgifte van het voorlopig rijbewijs vakbekwaamheid geldig voor de categorie C of C+E of voor de subcategorie C1 of C1+E de leeftijd van 24 jaar hebben bereikt en op de datum van de afgifte van het voorlopig rijbewijs van vakbekwaamheid geldig voor de categorie D of D+E of voor de subcategorie D1 of D1+E de leeftijd van 27 jaar;
- moet sedert ten minste zes jaar houder zijn van, en tevens bij zich hebben, een Belgisch of Europees rijbewijs geldig om het voertuig te besturen aan boord waarvan hij de kandidaat vergezelt. De bestuurder die overeenkomstig artikel 44, § 5 of artikel 45 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, enkel een speciaal aan zijn handicap aangepast voertuig mag besturen, mag niet als begeleider bij de scholing optreden;
- mag niet vervallen zijn of geweest zijn van het recht om een motorvoertuig te besturen. Dit verbod is evenwel niet van toepassing bij uitwissing van de veroordeling of bij herstel in eer en rechten en op voorwaarde dat er voldaan is aan de onderzoeken die eventueel krachtens artikel 38 van de wet worden opgelegd;
- moet vooraan in het voertuig plaatsnemen.
§ 2. De alternerende beroepsopleiding op basis van een voorlopig rijbewijs vakbekwaamheid heeft een duur van minimaal 6 maanden en maximaal 12 maanden.
§ 3. Het programma van de alternerende beroepsopleiding heeft betrekking op de stof die in de bijlage 1 bij dit besluit wordt opgesomd en wordt voorafgaandelijk goedgekeurd door de Minister of zijn gemachtigde.
De Minister kan voorzien in nadere modaliteiten van goedkeuring van het programma van de alternerende beroepsopleiding.