to homepage


bijlage 1B

"BIJLAGE - I B"
Verordening (EG) nr. 2135/98 van de Raad van 24 september 1998 betreffende het controleapparaat (tachograaf).
CONSTRUCTIE-, BEPROEVINGS-, INSTALLATIE- EN CONTROLEVOORSCHRIFTEN


VIII. GOEDKEURING VAN HET CONTROLEAPPARAAT EN DE TACHOGRAAFKAARTEN

1. Algemeen

In dit hoofdstuk betekent het woord "controleapparaat" "controleapparaat of zijn samenstellende delen". Er is geen goedkeuring vereist voor de verbindingskabel(s) tussen de bewegingsopnemer en de VU. Het in het controleapparaat gebruikte papier wordt als een samenstellend deel van het controleapparaat beschouwd.

269 Het controleapparaat moet met alle geïntegreerde inrichtingen ter goedkeuring worden aangeboden.
270 De goedkeuring van het controleapparaat en van de tachograafkaarten omvat beproevingen van de beveiliging, functiebeproevingen en interoperabiliteitsbeproevingen. Positieve beproevingsresultaten worden op een relevant certificaat vermeld.
271
De goedkeuringsautoriteiten van de lidstaten verlenen geen goedkeuringscertificaat overeenkomstig artikel 5 van deze verordening, zolang zij niet in het bezit zijn van:
- een beveiligingscertificaat,
- een functiecertificaat
- en een interoperabiliteitscertificaat
voor het controleapparaat of de tachograafkaart waarvoor goedkeuring wordt aangevraagd.
272 De autoriteit die de goedkeuring voor het apparaat verleende, moet vooraf over elke wijziging in de software of hardware van het apparaat of in de aard van de voor de fabricage gebruikte materialen worden geïnformeerd. Deze autoriteit moet de verlenging van de goedkeuring aan de fabrikant bevestigen of kan een aanpassing of een bevestiging van de relevante functie-, beveiligings- en/of interoperabiliteitscertificaten eisen.
273 Een Procedures voor aanpassing van de in-situ software van het controleapparaat moeten worden goedgekeurd door de autoriteit die de typegoedkeuring voor het controleapparaat verleende. Een aanpassing van de software mag de in het controleapparaat opgeslagen gegevens over de activiteiten van de bestuurder wijzigen noch verwijderen. Software mag alleen onder de verantwoordelijkheid van de fabrikant van het apparaat aangepast worden.

2. Veiligheidscertificaat

274 Het veiligheidscertificaat wordt afgegeven in overeenstemming met de bepalingen van appendix 10 van deze bijlage.

3. Functiecertificaat

275 Eenieder die een typegoedkeuring aanvraagt, moet de goedkeuringsautoriteit van de lidstaat de door die autoriteit noodzakelijk geachte benodigdheden en documentatie verschaffen.
276 Een functiecertificaat wordt alleen aan de fabrikant afgegeven nadat in elk geval alle functiebeproevingen als gespecificeerd in appendix 9, succesvol afgesloten zijn.
277
De goedkeuringsautoriteit geeft het functiecertificaat af. Dit certificaat moet behalve de naam van de ontvanger en de identificatie van het model ook een gedetailleerde lijst van uitgevoerde beproevingen en behaalde resultaten vermelden.

4. Interoperabiliteitscertificaat

278 Interoperabiliteitsbeproevingen worden door een laboratorium in opdracht en onder verantwoordelijkheid van de Europese Commissie uitgevoerd.
279 Het laboratorium moet de verzoeken van fabrikanten om interoperabiliteitsbeproevingen in chronologische volgorde van binnenkomst registreren.
280
Verzoeken worden officieel geregistreerd wanneer het laboratorium in het bezit is van:
- alle benodigdheden en documenten die nodig zijn voor deze interoperabiliteitsbeproevingen;
- het corresponderende beveiligingscertificaat;
- het corresponderende functiecertificaat.
De fabrikant moet over de registratiedatum van het verzoek worden geïnformeerd.
281 Het laboratorium onderwerpt een controleapparaat of een tachograafkaart niet aan interoperabiliteitsbeproevingen wanneer voor dat apparaat of die kaart geen beveiligingscertificaat en functiecertificaat afgegeven is.
282 Een fabrikant die een interoperabiliteitsbeproeving aanvraagt, moet alle benodigdheden en documenten die nodig zijn voor het uitvoeren van de beproeving, aan het voor deze beproeving verantwoordelijke laboratorium verstrekken.
283 Alle typen controleapparatuur en alle tachograafkaarten

- waarvan de goedkeuring nog steeds geldig is of,
- waarvan de goedkeuring aangevraagd is en die een geldig interoperabiliteitscertificaat hebben,

moeten overeenkomstig de bepalingen van punt 5 van appendix 9 van deze bijlage onderworpen worden aan interoperabiliteitsbeproevingen.

284 Een Het laboratorium geeft het interoperabiliteitscertificaat alleen aan de fabrikant af nadat alle vereiste interoperabiliteitsbeproevingen succesvol afgerond zijn.
285 Indien de interoperabiliteitsbeproevingen bij een of meer controleapparaten of tachograafkaarten, als vereist volgens voorschrift 283, niet succesvol afgerond zijn, wordt het interoperabiliteitscertificaat pas afgegeven nadat de betreffende fabrikant de noodzakelijke wijzigingen heeft aangebracht en de apparatuur respectievelijk kaarten de daaropvolgende interoperabiliteitsbeproevingen met succes hebben doorstaan. Het laboratorium moet de oorzaak van het probleem met hulp van de betreffende fabrikanten vaststellen en moet de fabrikant die het verzoek ingediend heeft, helpen bij het vinden van een technische oplossing. Als de fabrikant zijn product heeft gewijzigd, dient hij bij de bevoegde instantie na te vragen of het veiligheidscertificaat en het functiecertificaat nog steeds geldig zijn.
286 Het interoperabiliteitscertificaat is zes maanden geldig. Aan het einde van deze periode wordt het ingetrokken wanneer de fabrikant geen corresponderend goedkeuringscertificaat heeft ontvangen. Het certificaat moet door de fabrikant naar de goedkeuringsautoriteit van de lidstaat worden gezonden die het functiecertificaat heeft afgegeven.
287 Elk onderdeel dat de oorzaak kan zijn van een interoperabiliteitsfout, mag niet worden gebruikt om voordelen of een dominante positie te verkrijgen.

5. Typegoedkeuringscertificaat

288 De goedkeuringsautoriteit van de lidstaat geeft het goedkeuringscertificaat af zodra de autoriteit in het bezit is van de drie vereiste certificaten.
289 Op het moment van afgifte aan de fabrikant moet de goedkeuringsautoriteit een kopie van het goedkeuringscertificaat aan het voor de interoperabiliteitsbeproevingen verantwoordelijke laboratorium verstrekken.
290
Het voor de interoperabiliteitsbeproevingen bevoegde laboratorium moet een publiek toegankelijke website beheren waarop de lijst van typen controleapparaten of tachograafkaarten wordt bijgewerkt:
- waarvoor een verzoek om interoperabiliteitsbeproevingen geregistreerd is;
- die een interoperabiliteitscertificaat (ook tijdelijk) hebben ontvangen;
- die een typegoedkeuringscertificaat hebben ontvangen.

6. Bijzondere procedure: eerste interoperabiliteitscertificaten

291 Tot vier maanden nadat het eerste controleapparaat met de tachograafkaarten (bestuurders-, werkplaats-, controle- en bedrijfskaart) als interoperabel gecertificeerd is, wordt een afgegeven interoperabiliteitscertificaat (inclusief het allereerste) met betrekking tot tijdens deze periode geregistreerde verzoeken, als tijdelijk beschouwd.
292 Wanneer aan het einde van deze periode alle betreffende producten onderling interoperabel zijn, worden alle corresponderende interoperabiliteitscertificaten definitief.
293
Wanneer tijdens deze periode interoperabiliteitsfouten worden ontdekt, moet het voor de interoperabiliteitsbeproevingen verantwoordelijke laboratorium de oorzaak van de problemen met hulp van alle betrokken fabrikanten vaststellen en moeten de fabrikanten de noodzakelijke wijzigingen aanbrengen.
294 Indien zich aan het einde van deze periode nog steeds interoperabiliteitsproblemen voordoen, moet het voor de interoperabiliteitsbeproevingen verantwoordelijke laboratorium in samenwerking met de betreffende fabrikanten en de goedkeuringsautoriteiten die de corresponderende functiecertificaten hebben afgegeven, de oorzaken van de interoperabiliteitsfouten detecteren en vaststellen welke wijzigingen door de betreffende fabrikanten moeten worden aangebracht. Het zoeken naar technische oplossingen duurt maximaal twee maanden, waarna, indien geen algemene oplossing gevonden wordt, de Commissie na overleg met het voor de interoperabiliteitsbeproevingen verantwoordelijke laboratorium beslist welke apparaten en kaarten een definitief interoperabiliteitscertificaat krijgen. De Commissie motiveert haar beslissing.
295 Elk verzoek om interoperabiliteitsbeproevingen dat door het laboratorium geregistreerd wordt tussen het einde van de periode van vier maanden nadat het eerste tijdelijke interoperabiliteitscertificaat afgegeven is, en de datum waarop de Commissie haar beslissing zoals genoemd onder 294, moet worden opgeschort totdat de aanvankelijke interoperabiliteitsproblemen opgelost zijn. Deze verzoeken worden vervolgens in chronologische volgorde van registratie behandeld.

top of page