1. Algemeen
In dit hoofdstuk betekent het woord "controleapparaat" "controleapparaat of zijn samenstellende delen". Er is geen goedkeuring vereist voor de verbindingskabel(s) tussen de bewegingsopnemer en de VU. Het in het controleapparaat gebruikte papier wordt als een samenstellend deel van het controleapparaat beschouwd.
| 269 | Het controleapparaat moet met alle geïntegreerde inrichtingen ter goedkeuring worden aangeboden. | |
| 270 | De goedkeuring van het controleapparaat en van de tachograafkaarten omvat beproevingen van de beveiliging, functiebeproevingen en interoperabiliteitsbeproevingen. Positieve beproevingsresultaten worden op een relevant certificaat vermeld. | |
| 271 |
|
|
| 272 | De autoriteit die de goedkeuring voor het apparaat verleende, moet vooraf over elke wijziging in de software of hardware van het apparaat of in de aard van de voor de fabricage gebruikte materialen worden geïnformeerd. Deze autoriteit moet de verlenging van de goedkeuring aan de fabrikant bevestigen of kan een aanpassing of een bevestiging van de relevante functie-, beveiligings- en/of interoperabiliteitscertificaten eisen. | |
| 273 | Een Procedures voor aanpassing van de in-situ software van het controleapparaat moeten worden goedgekeurd door de autoriteit die de typegoedkeuring voor het controleapparaat verleende. Een aanpassing van de software mag de in het controleapparaat opgeslagen gegevens over de activiteiten van de bestuurder wijzigen noch verwijderen. Software mag alleen onder de verantwoordelijkheid van de fabrikant van het apparaat aangepast worden. |
2. Veiligheidscertificaat
| 274 | Het veiligheidscertificaat wordt afgegeven in overeenstemming met de bepalingen van appendix 10 van deze bijlage. |
3. Functiecertificaat
| 275 | Eenieder die een typegoedkeuring aanvraagt, moet de goedkeuringsautoriteit van de lidstaat de door die autoriteit noodzakelijk geachte benodigdheden en documentatie verschaffen. | |
| 276 | Een functiecertificaat wordt alleen aan de fabrikant afgegeven nadat in elk geval alle functiebeproevingen als gespecificeerd in appendix 9, succesvol afgesloten zijn. | |
| 277 |
|
4. Interoperabiliteitscertificaat
| 278 | Interoperabiliteitsbeproevingen worden door een laboratorium in opdracht en onder verantwoordelijkheid van de Europese Commissie uitgevoerd. | |
| 279 | Het laboratorium moet de verzoeken van fabrikanten om interoperabiliteitsbeproevingen in chronologische volgorde van binnenkomst registreren. | |
| 280 |
|
|
| 281 | Het laboratorium onderwerpt een controleapparaat of een tachograafkaart niet aan interoperabiliteitsbeproevingen wanneer voor dat apparaat of die kaart geen beveiligingscertificaat en functiecertificaat afgegeven is. | |
| 282 | Een fabrikant die een interoperabiliteitsbeproeving aanvraagt, moet alle benodigdheden en documenten die nodig zijn voor het uitvoeren van de beproeving, aan het voor deze beproeving verantwoordelijke laboratorium verstrekken. | |
| 283 | Alle typen controleapparatuur en alle tachograafkaarten
- waarvan de goedkeuring nog steeds geldig is of, moeten overeenkomstig de bepalingen van punt 5 van appendix 9 van deze bijlage onderworpen worden aan interoperabiliteitsbeproevingen. |
|
| 284 | Een Het laboratorium geeft het interoperabiliteitscertificaat alleen aan de fabrikant af nadat alle vereiste interoperabiliteitsbeproevingen succesvol afgerond zijn. | |
| 285 | Indien de interoperabiliteitsbeproevingen bij een of meer controleapparaten of tachograafkaarten, als vereist volgens voorschrift 283, niet succesvol afgerond zijn, wordt het interoperabiliteitscertificaat pas afgegeven nadat de betreffende fabrikant de noodzakelijke wijzigingen heeft aangebracht en de apparatuur respectievelijk kaarten de daaropvolgende interoperabiliteitsbeproevingen met succes hebben doorstaan. Het laboratorium moet de oorzaak van het probleem met hulp van de betreffende fabrikanten vaststellen en moet de fabrikant die het verzoek ingediend heeft, helpen bij het vinden van een technische oplossing. Als de fabrikant zijn product heeft gewijzigd, dient hij bij de bevoegde instantie na te vragen of het veiligheidscertificaat en het functiecertificaat nog steeds geldig zijn. | |
| 286 | Het interoperabiliteitscertificaat is zes maanden geldig. Aan het einde van deze periode wordt het ingetrokken wanneer de fabrikant geen corresponderend goedkeuringscertificaat heeft ontvangen. Het certificaat moet door de fabrikant naar de goedkeuringsautoriteit van de lidstaat worden gezonden die het functiecertificaat heeft afgegeven. | |
| 287 | Elk onderdeel dat de oorzaak kan zijn van een interoperabiliteitsfout, mag niet worden gebruikt om voordelen of een dominante positie te verkrijgen. |
5. Typegoedkeuringscertificaat
| 288 | De goedkeuringsautoriteit van de lidstaat geeft het goedkeuringscertificaat af zodra de autoriteit in het bezit is van de drie vereiste certificaten. | |
| 289 | Op het moment van afgifte aan de fabrikant moet de goedkeuringsautoriteit een kopie van het goedkeuringscertificaat aan het voor de interoperabiliteitsbeproevingen verantwoordelijke laboratorium verstrekken. | |
| 290 |
|
6. Bijzondere procedure: eerste interoperabiliteitscertificaten
| 291 | Tot vier maanden nadat het eerste controleapparaat met de tachograafkaarten (bestuurders-, werkplaats-, controle- en bedrijfskaart) als interoperabel gecertificeerd is, wordt een afgegeven interoperabiliteitscertificaat (inclusief het allereerste) met betrekking tot tijdens deze periode geregistreerde verzoeken, als tijdelijk beschouwd. | |
| 292 | Wanneer aan het einde van deze periode alle betreffende producten onderling interoperabel zijn, worden alle corresponderende interoperabiliteitscertificaten definitief. | |
| 293 |
|
|
| 294 | Indien zich aan het einde van deze periode nog steeds interoperabiliteitsproblemen voordoen, moet het voor de interoperabiliteitsbeproevingen verantwoordelijke laboratorium in samenwerking met de betreffende fabrikanten en de goedkeuringsautoriteiten die de corresponderende functiecertificaten hebben afgegeven, de oorzaken van de interoperabiliteitsfouten detecteren en vaststellen welke wijzigingen door de betreffende fabrikanten moeten worden aangebracht. Het zoeken naar technische oplossingen duurt maximaal twee maanden, waarna, indien geen algemene oplossing gevonden wordt, de Commissie na overleg met het voor de interoperabiliteitsbeproevingen verantwoordelijke laboratorium beslist welke apparaten en kaarten een definitief interoperabiliteitscertificaat krijgen. De Commissie motiveert haar beslissing. | |
| 295 | Elk verzoek om interoperabiliteitsbeproevingen dat door het laboratorium geregistreerd wordt tussen het einde van de periode van vier maanden nadat het eerste tijdelijke interoperabiliteitscertificaat afgegeven is, en de datum waarop de Commissie haar beslissing zoals genoemd onder 294, moet worden opgeschort totdat de aanvankelijke interoperabiliteitsproblemen opgelost zijn. Deze verzoeken worden vervolgens in chronologische volgorde van registratie behandeld. |
|
|||||
|
|
|