Artikel 4
Maximale wekelijkse arbeidstijd
De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat:

  1. de gemiddelde wekelijkse arbeidstijd de 48 uur niet overschrijdt. De maximale wekelijkse arbeidstijd mag alleen dan tot 60 uur worden verhoogd, wanneer over een periode van vier maanden het gemiddelde van 48 uur per week niet wordt overschreden. Artikel 6, lid 1, vierde en vijfde alinea, van Verordening (EEG) nr. 3820/85 of, voorzover noodzakelijk, artikel 6, lid 1, vierde alinea, van de AETR-overeenkomst, hebben voorrang op deze richtlijn, voorzover de betrokken bestuurders over een periode van vier maanden het gemiddelde van 48 uur per week niet overschrijden;

  2. de arbeidstijd de som is van de bij verschillende werkgevers gepresteerde arbeidstijd. De werkgever verzoekt de mobiele werknemer schriftelijk hem een overzicht van de bij andere werkgevers gepresteerde arbeidstijd over te leggen. De mobiele werknemer verstrekt deze gegevens schriftelijk.