20 DECEMBER 1985. Verordening EEG n° 3821/85 van de raad, betreffende het controleapparaat in het wegvervoer
gewijzigd op 10 okt 1998 verordening EG nr 2135/98, 31 okt 2003 EG nr. 1882/03, 1 mei 2006 EG nr. 561/06 en 23 jan 2009 EG 68/2009
 |
HOOFDSTUK III
|
|
Installatie en controle
Artikel 12;
- Het installeren en herstellen der controleapparaten is slechts toegestaan aan installateurs of werkplaatsen die tot dit doel door de bevoegde instanties der Lid-Staten zijn erkend, nadat deze instanties, indien zij zulks wensen, het advies van de betrokken fabrikanten hebben ingewonnen.
[De administratieve geldigheidsduur van de kaarten "erkende werkplaats" en "erkende installateur" mag een periode van één jaar niet overschrijden.
In geval van verlenging, beschadiging, slechte werking, verlies of diefstal van een aan een erkende werkplaats of installateur verstrekte kaart verstrekt de autoriteit binnen een termijn van vijf werkdagen na de ontvangst van een met redenen omkleed verzoek hiertoe een vervangende kaart.
Wanneer een nieuwe kaart wordt verstrekt ter vervanging van de oude, draagt de nieuwe kaart hetzelfde informatienummer "werkplaats", maar de index wordt met een eenheid verhoogd. De autoriteit die de kaart uitreikt houdt een register bij van de verloren, gestolen of in ongerede geraakte kaarten.
De lidstaten nemen alle noodzakelijke maatregelen om ieder risico te voorkomen dat de aan de erkende installateurs en werkplaatsen verstrekte kaarten worden vervalst.]
- [De erkende installateur of werkplaats brengt een bijzonder merk aan op de door hem aangebrachte verzegelingen en voert de elektronische veiligheidsgegevens in aan de hand waarvan de echtheidscontrole van de aan bijlage I B beantwoordende controleapparaten kan worden verricht. De bevoegde autoriteiten van elke lidstaat houden een register der gebruikte merken en der elektronische veiligheidsgegevens bij.]
- [De terzake bevoegde autoriteiten van de lidstaten stellen elkaar op de hoogte van de lijst van erkende installateurs en werkplaatsen, de kaarten die dezen worden verstrekt, en zenden elkaar afschriften toe van de merken en de noodzakelijke elementen met betrekking tot de gebruikte elektronische veiligheidsgegevens.]
- Het installatieplaatje, aangebracht [overeenkomstig de bijlage I en I B], levert het bewijs dat het controleapparaat is geïnstalleerd in overeenstemming met de voorschriften van deze verordening.
- Verzegelingen mogen worden verwijderd door installateurs of werkplaatsen die door de bevoegde instanties van de Lid-Staten zijn erkend overeenkomstig lid 1 van dit artikel, of in de in bijlage I, hoofdstuk V, punt 4 [of in bijlage I B, hoofdstuk VI, punt c)], van deze verordening omschreven omstandigheden.
Lid 1 gewijzigd bij art. 1, 5., a) Verord. Raad E.G. nr. 2135/98, 24 september 1998 (P.B., L. 274, 9 oktober 1998), met ingang van 10 oktober 1998.
Lid 2 vervangen bij art. 1, 5., b) Verord. Raad E.G. nr. 2135/98, 24 september 1998 (P.B., L. 274, 9 oktober 1998), met ingang van 10 oktober 1998.
Lid 3 vervangen bij art. 1, 5., c) Verord. Raad E.G. nr. 2135/98, 24 september 1998 (P.B., L. 274, 9 oktober 1998), met ingang van 10 oktober 1998.
Lid 4 gewijzigd bij art. 1, 5., d) Verord. Raad E.G. nr. 2135/98, 24 september 1998 (P.B., L. 274, 9 oktober 1998), met ingang van 10 oktober 1998.
Lid 5 ingevoegd bij art. 1 Verord. Comm. E. G. nr. 3688/92 21 november 1992 (P.B., L. 374, 22 december 1992), met ingang van 25 december 1992 (art. 4) en gewijzigd bij art. 1, 5., e) Verord. Raad E.G. nr. 2135/98, 24 september 1998 (P.B., L. 274, 9 oktober 1998), met ingang van 10 oktober 1998.
