afb. Belgische vlag
afb. tachograaf
pijl links EEG 3821/85
EEG 3820/85

20 DECEMBER 1985. Verordening EEG n° 3820/85 van de raad, betreffende het controleapparaat in het wegvervoer

Afdeling 5

Onderbrekingen en rusttijden.

Artikel 7

[boete 125 EUR indien de onderbreking tussen de 15 en 45 minuten bedraagt;]
[boete 250 EUR indien de onderbreking minder dan 15 minuten bedraagt.]

  1. Na 4,5 uur rijden moet de bestuurder een onderbreking van ten minste 45 minuten in acht nemen, tenzij hij/zij aan een rusttijd begint.
    .
  2. Deze onderbreking kan vervangen worden door onderbrekingen van ten minste 15 minuten elk, die zodanig in de rijtijd of onmiddellijk daarna worden ingelast dat aan de bepalingen van lid 1 wordt voldaan
    (Op 4,5 uur rijtijd moet men minstens 3 onderbrekingen van elk 15 minuten genomen hebben).


  3. In afwijking van lid 1 kunnen de Lid-Staten, in het geval van geregeld nationaal personenvervoer, de minimumonderbreking vastleggen op 30 minuten na een rijtijd van niet meer dan 4 uur.
    Deze afwijking kan slechts worden toegekend als rijtijdonderbrekingen van meer minimumonderbreking 30 minuten het stadsverkeer dreigen te hinderen en als de bestuurders in de rijtijd van 4 1/2 uur voorafgaande aan de onderbreking van 30 minuten geen onderbreking van 15 minuten kunnen inlassen.

  4. Tijdens deze onderbrekingen mag de bestuurder geen andere werkzaamheden verrichten.

    Worden niet als "andere werkzaamheden" aanzien :
    - wachttijd en
    - tijd die niet aan het stuur wordt doorgebracht in een:

  5. Onderbrekingen mogen niet als dagelijkse rusttijd worden beschouwd.

Artikel 8

  1. In elke periode van 24 uur geniet de bestuurder een dagelijkse rusttijd van:

    (nvdr: De 8 uur rust wordt meestal toegepast in de transportwereld, zonder rekening te houden met de totale rust van 12 uur. Bij controle is men hierin ook soepel, als er maar minstens 1 blok van 8 uur is. De chauffeur is toch ook een mens die zijn rust nodig heeft.)

    [boete 62 EUR] (per periode van 30 min. ontbrekende rusttijd)
    {Wettekst:
    In elke periode van 24 uur geniet de bestuurder een dagelijse rusttijd van ten minste 11 achtereenvolgende uren; deze rusttijd zou maximaal 3 maal per week kunnen worden bekort tot een minium van 9 achtereenvolgende uren, mits voor het eind van de volgende week ter compernstie een even lange rusttijd wordt verleend.

    Op dagen dat de rusttijd niet overeenkomstig de eerste alinea wordt bekort, mag deze worden genomen in twee of drie afzonderlijke perioden tijdens de periode van 24 uur, waarbij één van die perioden ten minste acht achtereenvolgende uren moet bedragen. In dat geval wordt de minimumduur van de rusttijd op 12 uur gebracht.}


  2. Wanneer 2 bestuurders het voertuig bemannen, moeten deze elk een een dagelijkse rusttijd van ten minste acht (8) achtereenvolgende uren genieten op een periode van 30 uur.
    {Wettekst:
    Tijdens elke periode van 30 uur waarin het voertuig wordt bemand door ten minste twee bestuurders, moeten dezen elk een dagelijkse rusttijd van ten minste acht (8) achtereenvolgende uren genieten. }
    [boete 62 EUR] (per periode van 30 min. ontbrekende rusttijd)
     
  3. In de loop van elke week moet één van de in lid 1 en lid 2 bedoelde rusttijden, uit hoofde van een wekelijkse rusttijd, worden gebracht op een totaal van 45 achtereenvolgende uren. Deze rusttijd mag worden ingekort tot een minimum van 36 achtereenvolgende uren indien hij in de gebruikelijke standplaats van het voertuig dan wel in de standplaats van de bestuurder wordt genomen, of tot ten minste 24 achtereenvolgende uren indien hij buiten deze plaatsen wordt genomen. Verkortingen worden gecompenseerd door een even grote rusttijd die aaneengesloten wordt genomen voor het einde van de derde week die volgt op de betrokken week.

  4. Een wekelijkse rusttijd die in een week begint en zich in de volgende week uitstrekt, kan bij de ene of bij de ander week worden gevoegd.

  5. In het geval van het personenvervoer waarop artikel 6, lid 1, vierde en vijfde alinea, van toepassing is, kan een wekelijkse rusttijd van de week waarin hij had moeten worden genoten, worden verschoven naar de volgende week en worden gevoegd bij de wekelijkse rusttijd van laatstbedoelde week.

  6. Rusttijd ter compensatie van de inkorting van de dagelijkse en/of wekelijkse rusttijden, moet bij een andere rusttijd van ten minste acht uur worden gevoegd en moet, op verzoek van de betrokkene, worden toegestaan op de plaats waar het voertuig geparkeerd is of in de standplaats van de bestuurder.

  7. De dagelijkse rusttijd mag in een voertuig worden doorgebracht, mits het voertuig een slaapbank bevat en stilstaat.

Artikel 9 [boete 125 EUR]