20 DECEMBER 1985. Verordening EEG n° 3820/85 van de raad, betreffende het controleapparaat in het wegvervoer
 |
Afdeling 7
|
|
Afwijkingen.
Artikel 11
ledere Lid-Staat kan hogere minima of lagere maxima toepassen dan die welke in de artikelen 5 tot en met 8 zijn vastgesteld. De bepalingen van deze verordening blijven evenwel van toepassing op de bestuurders die met in een andere Lid-Staat ingeschreven voertuigen grensoverschrijdend vervoer verrichten.

Artikel 12
Mits hij geen afbreuk doet aan de veiligheid van het wegverkeer mag de bestuurder, ten einde een geschikte stopplaats te kunnen bereiken, van de bepalingen van deze verordening afwijken, voor zover zulks nodig is om de veiligheid van personen, van het voertuig of van zijn lading te waarborgen. De bestuurder moet aard en reden van de afwijking op het registratieblad van zijn controleapparaat of in zijn dienstrooster aantekenen.
Artikel 13
- Elke Lid-Staat kan voor zijn eigen grondgebied of, met instemming van de betrokken Staat, voor het grondgebied van een andere Lid-Staat afwijkingen van de bepalingen van deze verordening toestaan voor vervoer dat wordt verricht met een voertuig dat behoort tot één of meer van onderstaande categorieën:
- voertuigen die voor personenvervoer zijn bestemd en, gezien hun constructie en uitrusting, geschikt zijn voor het vervoer van ten hoogste 17 personen, met inbegrip van de bestuurder, en daarvoor moeten dienen;
- voertuigen die door de overheid worden gebruikt voor taken van openbare dienst die de beroepsvervoerders niet beconcurreren;
- voertuigen voor goederenvervoer die door landbouw-, tuinbouw-, bosbouw-, of visserijbedrijven worden gebruikt voor ritten binnen een straal van 50 km van de gebruikelijke standplaats van het voertuig, met inbegrip van het grondgebied van gemeenten waarvan de kern binnen deze straal is gelegen;
- voertuigen voor het vervoer van niet voor menselijke consumptie bestemde geslachte dieren of slachtafvallen;
- voertuigen voor het vervoer van levende dieren van de boerderijen naar de plaatselijke markten en omgekeerd, of van de markten naar de plaatse1ijke slachthuizen;
- voertuigen voor gebruik als winkels op plaatselijke markten, voor de verkoop aan huis, voor ambulante werkzaamheden van banken, wisselkantoren of spaarbanken, voor de eredienst, voor het uitlenen van boeken, platen of cassettes, voor culturele manifestaties of voor tentoonstellingen en speciaal voor dergelijk gebruik uitgerust;
- voertuigen voor het vervoer van het materieel of de uitrusting die de bestuurder beroepshalve gebruikt, binnen een straal van 50 km rond de gebruikelijke standplaats van het voertuig, op voorwaarde dat dit vervoer niet de hoofdactiviteit van de bestuurder is en dat door de afwijking de doelstellingen van de verordening niet ernstig worden geschaad. De Lid-Staten kunnen deze afwijking onderwerpen aan individuele voorwaarden;
- voertuigen die uitsluitend rijden op eilanden waarvan de oppervlakte niet meer dan 2.300 km2 bedraagt en die niet met de rest van het nationale grondgebied zijn verbonden door een brug, een wad of een tunnel, geschikt voor het verkeer van motorvoertuigen;
- voor goederenvervoer gebruikte voertuigen die worden aangedreven met in het voertuig geproduceerd gas of met elektriciteit, of die zijn uitgerust met een vertragingsinrichting, mits deze voertuigen krachtens de wetgeving van de Lid-Staat van inschrijving gelijk worden gesteld met benzine of dieselolie aangedreven voertuigen met een toegestaan maximumgewicht, met inbegrip van aanhangwagens of opleggers, van niet meer dan 3,5 ton;
- voertuigen die worden gebruikt voor autorijlessen met het oog op het verkrijgen van een rijbewijs;
- trekkers die uitsluitend bestemd zijn voor landbouw en bosbouw.
De Lid-Staten stellen de Commissie in kennis van de afwijkingen die zij uit hoofde van dit lid hebben toegestaan.
- Na machtiging door de Commissie kunnen de Lid-Staten afwijken van de toepassing van de bepalingen van deze verordening op onder uitzonderlijke omstandigheden verricht vervoer, indien dergelijke afwijkingen geen ernstige afbreuk doen aan de met deze verordening nagestreefde doelstellingen.
In dringende gevallen kunnen zij voor een periode van ten hoogste 30 dagen een tijdelijke afwijking toestaan, die onmiddellijk ter kennis van de Commissie wordt gebracht.
De Commissie brengt elke krachtens dit lid toegestane afwijking ter kennis van de andere Lid-Staten.
